Pestprotocol
Mariabasisschool
Inleiding
Waarom
een pestprotocol?
De Mariabasisschool wil
haar kinderen een veilig pedagogisch klimaat bieden, waarin zij zich harmonieus
en op een prettige en positieve wijze kunnen ontwikkelen. Natuurlijk is het
beter om het pesten te voorkomen door het scheppen van een goed pedagogisch
klimaat en daar gaat dan ook in eerste instantie de aandacht naar uit. De
leerkrachten bevorderen deze ontwikkeling door het scheppen van een veilig
klimaat in een prettige werksfeer in de klas en op het schoolplein. In veruit de
meeste gevallen lukt dit door de ongeschreven regels aan te bieden en deze te
onderhouden, maar soms is het gewenst om duidelijke afspraken met de kinderen te
maken. Een van die duidelijke regels is dat kinderen met respect met elkaar
dienen om te gaan. Dat het niet altijd als vanzelfsprekend wordt ervaren, geeft
aan dat we het kinderen moeten leren en daar dus energie in moeten steken. Ons
pedagogisch uitgangspunt is dat alle kinderen met elkaar moeten leren
omgaan.
Dat
leerproces verloopt meestal vanzelf goed, maar het kan ook voorkomen dat een
kind in een enkel geval systematisch door andere kinderen wordt gepest. Dan kan
een kind zodanig in de knoop komen met zijn schoolomgeving, dat de ongeschreven
regels van de leerkracht niet meer voldoende de veiligheid bieden en daarmee de
gewenste ontwikkeling onderbreken. In een dergelijk geval is het van groot
belang dat de leerkracht onder ogen ziet, dat er een ernstig probleem in zijn of
haar groep is. In een klimaat waarin het pesten gedoogd wordt, worden ook de
pedagogische structuur en de veiligheid daarin ernstig aangetast. Voor de
Mariabasisschool is dat een niet te accepteren en ongewenste situatie. Dit
protocol is een vastgelegde wijze waarop we het pestgedrag van kinderen in
voorkomende gevallen benaderen. Het biedt alle betrokkenen duidelijkheid over de
impact, ernst en ook specifieke aanpak van dit ongewenste
gedrag.
Op de
informatieavonden aan het begin van het schooljaar zal het pestprotocol aan de
orde worden gesteld. Bovendien zal het protocol aan de schoolwebsite gelinkt
worden en in de schoolgids zal een verkorte versie te lezen
zijn.
Begripsomschrijvingen.
Plagen
en pesten, wat is daar het verschil tussen?
Iemand op het schoolplein een stevige duw geven kan plagen zijn, maar het
kan net zo goed gaan om echt pestgedrag. We spreken over plagen wanneer kinderen
min of meer aan elkaar gewaagd zijn en het vertoonde gedrag een uitnodigend
karakter heeft om iets terug te geven vanuit een onschuldige sfeer. Het gaat dan
om een prikkelend spelletje, dat door geen van de betrokkenen als bedreigend of
echt vervelend wordt ervaren. Er is sprake van een pedagogische waarde: door
elkaar eens uit te dagen leren kinderen heel goed om met allerlei conflicten om
te gaan. Dat is een vaardigheid die ze later in hun leven van pas komt bij
conflicthantering, waar iedereen in zijn leven mee te maken
krijgt.
Voorbeelden
van specifiek pestgedrag:
Verbaal:
·
Vernederen:”Haal
jij alleen de ballen maar uit de bosjes, je kunt niet goed genoeg voetballen om
echt mee te doen”.
·
Schelden:
“ Viespeuk, etterbak, mietje” enz.
·
Dreigen:
“Als je dat doorvertelt, dan grijpen we je.”
·
Belachelijk
maken, uitlachen bij lichaamskenmerken of bij een verkeerd antwoord in de klas.
·
Kinderen
een bijnaam geven op grond van door de kinderen als negatief ervaren kenmerken.
(rooie, dikke, dunne, flapoor, centenbak enz)
·
Gemene
briefjes schrijven om een kind uit een groepje te isoleren of echt steun te
zoeken om samen te kunnen spannen tegen een ander kind.
Fysiek:
·
Trekken
en duwen of zelfs spugen.
·
Schoppen
en laten struikelen.
·
Krabben,
bijten en haren trekken.
Intimidatie:
· Een
kind achterna blijven lopen of een kind ergens opwachten.
· Iemand
in de val laten lopen, de doorgang versperren of klem zetten tussen de
fietsen.
· Dwingen
om bezit dat niet van jou is af te geven.
· Een
kind dwingen bepaalde handelingen te verrichten, bijvoorbeeld geld of snoep
meenemen.
Isolatie:
·
Steun
zoeken bij andere kinderen dat het kind niet wordt uitgenodigd voor partijtjes
en leuke dingetjes.
·
Uitsluiten:
het kind mag niet meedoen met spelletjes, niet meelopen naar huis, niet komen op
een verjaardag.
Stelen
of vernielen van bezittingen:
·
Afpakken
van schoolspullen, kleding of speelgoed.
·
Beschadigen
en kapotmaken van spullen: boeken bekladden, schoppen tegen en gooien met een
schooltas, banden van de fiets lek steken.
Het
specifieke van pesten is dus gelegen in het bedreigende en vooral
systematische karakter. We spreken van pestgedrag als het daarnaast ook nog
regelmatig gebeurt, waardoor de veiligheid van de omgeving van een kind wordt
aangetast. De inzet van het pestgedrag is altijd macht door intimidatie.
Bij dit echte pestgedrag zien we ook altijd de onderstaande rolverdeling terug
bij een aantal betrokkenen.
De
betrokkenen:
Het
gepeste kind:
Sommige
kinderen hebben een grotere kans om gepest te worden dan anderen. Dat kan
komen door uiterlijke kenmerken maar het heeft vaker te maken met vertoond
gedrag, wijze waarop gevoelens worden beleefd en de manier waarop dat geuit
wordt. Uit onderzoek blijkt dat kinderen gepest worden in situaties waarin
pesters al de kans krijgen om een slachtoffer te pakken te nemen. Er is dan al
sprake van een onveilige situatie, waarbinnen een pester zich kan manifesteren
en zich daarin ook nog verder kan ontwikkelen.
Kinderen die gepest worden
doen vaak andere dingen dan de meeste leeftijdgenoten in hun omgeving. Ze spelen
een ander instrument, doen aan een andere sport of zitten op een andere clubje.
Ze zijn goed in vakgebieden of juist niet goed. Er zijn helaas aanleidingen
genoeg om door anderen gepest te worden mits de pesters daar de kans voor
krijgen vanuit de situatie.
Veel kinderen die worden gepest hebben een
beperkte weerbaarheid. Ze zijn niet in staat daadwerkelijk actie te
ondernemen tegen de pestkoppen en stralen dat dan ook uit naar hun
kwelgeesten.Vaak zijn ze angstig en onzeker in een groep, ze durven weinig of
niets te zeggen, omdat ze bang zijn om uitgelachen te worden. Deze angst en
onzekerheid worden verder versterkt door het ondervonden pestgedrag, waardoor
het gepeste kind in een vicieuze cirkel komt waar het zonder hulp zeker niet
uitkomt.
Gepeste kinderen voelen zich vaak eenzaam, hebben in hun gepeste
omgeving geen vrienden om op terug te vallen en kunnen soms beter met
volwassenen opschieten dan met hun leeftijdgenoten. Jongens die worden gepest
horen bijna nooit tot de motorisch beter ontwikkelde kinderen.
De
pesters:
Kinderen die pesten zijn vaak juist fysiek wel de sterksten uit de groep. Ze
kunnen zich permitteren zich agressiever op te stellen en ze reageren dan ook
met dreiging van geweld of de indirecte inzet van geweld. Pesters lijken in
eerste indruk populair te zijn in een klas, maar ze dwingen hun populariteit in
de groep af door te laten zien hoe sterk ze zijn en wat ze allemaal durven.Met
het vertoonde pestgedrag gaat ze dat gemakkelijk af en ze krijgen andere
kinderen mee bij het gedrag naar een slachtoffer. Pesters hebben ook feilloos in
de gaten welke kinderen gemakkelijk aan te pakken zijn en als ze zich al
vergissen, gaan ze direct op zoek naar een volgend slachtoffer De zwijgende
meerderheid en potentiële meelopers krijgen een keuze die onuitgesproken
wordt opgelegd en die aan duidelijkheid niet te wensen overlaat: Je bent voor of
je bent tegen me. Hier gaat een grote dreiging uit naar de gezamenlijke omgeving
van pester en slachtoffer.
Alles is
immers beter dan door de “machtige pester” zelf gepest te worden. De
pesters stralen juist deze dreigende zekerheid met verve uit. Ze overtreden
bewust regels en storen zich aan god noch gebod en hebben vaak de vaardigheden
ontwikkeld met hun daden weg te komen. Het profiel van de pester is sterk zelf
bevestigend, hij ziet zichzelf als een slimme durfal die de dommerds de loef
afsteekt en ze dat ook bij herhaling laat merken. “Wie maakt mij wat? ” staat
met grote letters op het voorhoofd geschreven.
Het komt
ook regelmatig voor dat een pestkop een kind is dat in een andere situatie zelf
slachtoffer is of was. Om te voorkomen weer het mikpunt van pesten te worden,
kan een kind zich bijvoorbeeld in een andere omgeving dan die van zijn
slachtofferrol, vervolgens als pester gaan opstellen en manifesteren.”Laten
pesten doet pesten”.
Meisjes pesten minder openlijk dan jongens en vaak op
een subtiele manier waarbij de uitdaging naar het gezag ter plekke niet echt aan
de orde is. Ze pesten meer met woorden, maken geniepige opmerkingen of sluiten
andere kinderen buiten. Meisjes opereren minder individueel en meer met
groepsvorming in de zin van er al dan niet bij te horen. Fysiek geweld komt bij
deze groep pesters veel minder voor.
Een
succesvolle pester leert niet om zijn agressie op een andere manier te uiten dan
door het ongewenste pestgedrag te vertonen. Ook pesters hebben last op termijn
van hun pestgedrag. Door hun verkeerde en vooral beperkte sociale vaardigheden
hebben ze vaak moeite om vriendjes op lange termijn te maken en een vriendschap
op te bouwen en te onderhouden op andere gronden dan die van macht en het delen
in die macht. Pesters maken een abnormale sociale ontwikkeling door met alle
gevolgen van dien voor de pester zelf.
De
meelopers en de andere kinderen.
De
meeste kinderen zijn niet direct betrokken bij pesten in de direct actieve rol
van pester. Sommige kinderen behouden enige afstand en andere kinderen
doen incidenteel mee. Dit zijn de zogenaamde “meelopers “. Er zijn ook kinderen
die niet merken dat er gepest wordt, of er zijn kinderen die het niet willen
weten dat er gepest wordt in hun directe (school) omgeving. Het specifieke
kenmerk van een meeloper is de grote angst om zelf in de slachtofferrol te
geraken. Maar het kan ook zijn dat meelopers stoer gedrag wel interessant vinden
en denken daardoor in populariteit mee te liften met de pester in kwestie.
Vooral
meisjes doen nogal eens mee met pesten om een vriendin te kunnen behouden. Als
kinderen actiever gaan meepesten in een grotere groep, voelen ze zich minder
betrokken en verantwoordelijk voor wat er met pesten wordt aangericht. Alles wat
in een groep gebeurt laat het individueel denken meer en meer achter zich en zo
kan met name groepsgedrag leiden tot excessen die achteraf voor iedereen
inclusief de pesters onacceptabel zijn.
Het heeft absoluut zin om
daadwerkelijk op te staan tegen het pesten. Zodra andere kinderen het gepeste
kind te hulp komen of tegen de pesters zeggen dat ze moeten ophouden, kan de
situatie aanzienlijk veranderen. Het pesten wordt dan al direct minder
vanzelfsprekend en draagt bovendien grotere risico `s met zich mee. De situatie
voor vooral meelopers verandert door het ongewenste karakter van het vertoonde
pestgedrag. Het wordt duidelijk dat het geen groepsnorm is om mee te gaan in het
pestgedrag. Meelopers horen graag bij de norm en de grote groep en zijn niet
bereid en ook niet in staat om grote risico’s te lopen waarvan ze de gevolgen
niet kunnen overzien, dit in tegenstelling tot de ervaren
pester.
Kinderen
die pestgedrag signaleren en dit bij de leerkracht aangeven vervullen dus een
belangrijke rol. Ook de ouders kunnen een belangrijke rol spelen. Ouders van
kinderen die gepest worden en die dit probleem met de school of op de club
willen bespreken, zijn natuurlijk altijd emotioneel bij het onderwerp betrokken.
De gevoelde onmacht bij deze ouders wordt door hen sterk ervaren en is niet
altijd een goede leidraad tot een rationeel handelen. De ouder wil maar een ding
en dat is dat het pestgedrag ogenblikkelijk stopt. Ouders van
kinderen die niet direct bij het pesten zijn betrokken, kunnen meer afstand
nemen. Daardoor zijn ze beter in staat om duidelijk te maken aan hun kind dat er
iets aan het pesten gedaan moet worden. Dit is ook in het belang van de
opvoeding en ontwikkeling van hun eigen kind. Als er in de omgeving van een kind
gepest wordt, heeft het kind zelf ook last van een onveilige, onprettige sfeer
in de groep of de klas.
Te
verwachten problemen bij de aanpak van pesten.
Bij het
gepeste kind: Een
gepest kind schaamt zich vaak voor zijn gedrag, het voldoet niet aan normen die
de ouders graag in hun kinderen terugzien: een vrolijk en vooral onbezorgd kind
dat zelfstandig in staat is zijn boontjes te doppen. Pesten is een groot
probleem voor kinderen en zorgt ook voor een evenredig groot probleem bij de
erkenning en de aanpak ervan. Veel gepeste kinderen doen er dan uiteindelijk ook
maar het zwijgen toe en vereenzamen. De angst wordt aanvankelijk nog groter als
het pesten bespreekbaar gemaakt wordt door de ouders, waardoor het gepeste kind
eens te meer met de gevolgen van het pesten kan worden geconfronteerd. Als
represaille kan er in nog heviger mate gepest worden dan daarvoor al het geval
was.
Bij de
pester: De
pester zelf ziet zich in zijn machtsspel bedreigd, en dat moet ten koste van
alles voorkomen worden. Soms blijken de pesters echter net zo opgelucht als de
slachtoffers bij een duidelijke aanpak. Er wordt immers ook aandacht besteed aan
hun onmacht om normaal met andere kinderen een relatie op te bouwen. Bij een
aantal pesters is dat hun liefste
wens waardoor ze echter helaas onmachtig zijn door het ontbreken van het
hanteren van de juiste vaardigheden. In de directe kind-omgeving: Daarnaast is
het goed te weten dat er altijd kinderen zijn die zich schuldig voelen omdat ze
niet op kunnen komen voor het slachtoffer door actief te helpen of een
volwassene te hulp roepen. Dit is vergelijkbaar met het niet te hulp schieten
bij het verdrinken van mensen, waar een menigte bij aanwezig
is.
Ook zijn
er altijd kinderen die helemaal niet in de gaten hebben dat er in hun omgeving
gepest wordt. Ze zien wel het een en ander gebeuren, maar kunnen de
gebeurtenissen niet duiden als pestgedrag, waar gepeste kinderen erg veel last
van ondervinden.
Bij de
ouders: Ouders van kinderen hebben vaak moeite om hun kind terug te zien in de
rol van meeloper of pester. Ouders beschikken niet altijd over de juiste
informatie en ook het zich op beperkte schaal voordoen van conflictsituaties
tussen groepen kinderen, zorgt ervoor dat er nauwelijks
vergelijkingsmateriaal voorhanden is. Een pester op school hoeft zich in de
thuissituatie niet als pester te manifesteren.
Sommige
ouders zien ook de ernst van de situatie onvoldoende in. Zij vertalen het
pestgedrag van hun kind in weerbaar gedrag.
1. Als
pesten en pestgedrag plaatsvindt, ervaren we dat een probleem op onze school
zowel voor de leerkrachten als de ouders, de kinderen, de gepeste
kinderen, de pesters en de 'zwijgende' groep kinderen
2. De
school heeft een inspanningsverplichting om pestgedrag te voorkomen en aan te
pakken door het scheppen van een veilig pedagogisch klimaat waarbinnen pesten
als ongewenst gedrag wordt ervaren en in het geheel niet wordt geaccepteerd.
3. Leerkrachten
en overblijfouders moeten tijdig inzien en alert zijn op pestgedrag in algemene
zin. Indien pestgedrag optreedt, moeten leerkrachten en overblijfouders
duidelijk stelling en actie ondernemen tegen dit gedrag. Pestgedrag tijdens het
overblijven wordt gemeld bij de eigen leerkracht.
4. Wanneer
pesten, ondanks alle inspanningen weer optreedt, voert de school de
uitgewerkte protocollaire procedure uit.
5. Dit pestprotocol
wordt door het hele team, de schoolcommissie en de m.r. onderschreven en ook
alle ouders ter inzage aangeboden.
Pestprotocol
van de Mariabasisschool:
Wat is
de inhoud van het pestprotocol?
Het
pestprotocol vormt de verklaring van de vertegenwoordigers van de school en de
ouders waarin is vastgelegd dat men pestgedrag op school niet accepteert en
volgens een vooraf bepaalde handelwijze gaat aanpakken.
De
Mariabasisschool wil voor alle kinderen die de school bezoeken een veilige
school zijn.
Dit betekent dat de school expliciet stelling neemt tegen
pestgedrag en concrete maatregelen voorstelt bij voorkomend
pestgedrag.
Om welke protocollaire maatregelen gaat
het?
A
Maatregelen en procedure:
Preventieve
maatregelen:
-
Door
middel van gesprek, spel creëert de leerkracht mogelijkheden om gedachten en
gevoelens uit te wisselen. Hierdoor zal het groepsgevoel vergroot worden. Het
(ochtend)gebed is hiervoor een goede mogelijkheid. Het team wil graag een
“schoolgevoel” creëren door gezamenlijke momenten te
organiseren.
-
Om
de kinderen te laten ervaren dat verschillende typen mensen elkaar kunnen
aanvullen creëert de leerkracht in de groep geregeld momenten van samenwerken.
De leerkracht heeft vaak een belangrijke rol in de samenstelling van de groepen
of groepjes.
-
De
leerkracht bespreekt met de leerlingen de algemene afspraken en regels in de
klas als normaal gebruikelijk aan het begin van het schooljaar. Het onderling
plagen en pesten wordt hier benoemd en besproken in alle groepen van de school
en vanaf groep 3 t/m 8 worden de regels van het pestprotocol expliciet
besproken.
-
Indien
de leerkracht aanleiding daar toe ziet, besteedt hij of zij expliciet aandacht
aan pestgedrag in een groepsgesprek. Het hebben van een pestprotocol alleen is
niet voldoende. Het is beter om het onderwerp regelmatig aan de orde te laten
komen, zodat het ook preventief kan werken.
-
Vanaf
8.30 uur tot 15.15 uur is er toezicht op het plein. (Dit geldt niet tijdens
lestijden, tenzij er les op het plein gegeven wordt.) Van 8.30 uur tot 8.45 uur
is een van de leerkrachten pleinwacht. In de speelkwartieren zijn alle
leerkrachten op het plein en tijdens het overblijven zijn de overblijfouders op
het plein. Vanaf 12.45 uur is er behalve deze overblijfouders een leerkracht op
het plein.
-
Weinig
ruimte bevordert pestgedrag. Bovendien wordt de situatie onoverzichtelijker
wanneer veel kinderen op een relatief kleine ruimte bij elkaar zijn. Daarom
hebben we de speelkwartieren voor de onderbouw en de bovenbouw gescheiden. De
kinderen van de bovenbouw gaan een kwartier eerder naar buiten dan de kinderen
van de onderbouw.
-
Het
voorbeeld van de leerkrachten (en thuis de ouders) is van groot belang. Er zal
minder gepest worden in een klimaat waar duidelijkheid heerst over omgaan met
elkaar, waar verschillen worden aanvaard en waar ruzies niet met geweld worden
opgelost maar uitgesproken. Agressief gedrag van leerkrachten, ouders en de
leerlingen wordt niet geaccepteerd.
-
Drie
keer in het schooljaar bespreken de teamleden met elkaar de sfeer in de groepen
en de kinderen die daarin een specifieke rol hebben. Doel hiervan is het
voorkomen van pestproblemen. Daarom is er ook ruimte in deze vergadering voor
onderwerpen die niet rechtstreeks met een groep te maken hebben maar van meer
algemene aard is.
-
Twee
leerkrachten krijgend de functie “vertrouwenspersoon voor kinderen”. Kinderen
kunnen natuurlijk altijd bij de eigen leerkracht terecht met hun zorgen en
angsten, maar soms kunnen kinderen er voor kiezen naar een van de twee
vertrouwenspersonen te gaan. Hij/zij behandelt de informatie vertrouwelijk.
Repressieve
maatregelen.
-
De
leerkracht zal proberen bij losse incidenten de kinderen er zelf uit laten komen
en controleert na afloop dit bij beide kinderen.
-
Indien
er sprake is van incidenten betreffende pestgedrag wordt dat met de betrokken
kinderen besproken door de leerkracht van de kinderen. Dit gesprek staat niet op
zichzelf maar wordt regelmatig herhaald om het probleem aan te pakken. Van dit
gesprek worden aantekeningen gemaakt in het leerlingvolgsysteem van zowel de
pester als het gepeste kind.
-
Bovenstaand
gegeven wordt zo snel mogelijk gemeld door de leerkracht aan de andere
teamleden. Dit kan uitvoerig besproken worden in een anti-pest bjieenkomst of in
een leerlingbespreking (om de zes weken). De teamleden denken dan samen over
mogelijke oplossingen of insteken voor nader handelen. Iedereen is dan op de
hoogte van het gebeuren en samen is men allert op het voorkomen van nieuwe
incidenten. Minder uitvoerig kan het probleem genoemd worden in elke
teamvergadering bij het onderdeel zorgverbreding. Advies vragen aan de I.B.-er
of andere collega’s is te allen tijde mogelijk. De school heeft verschillende
mogelijkheden om externe hulp te vragen: de schoolbegeleidingsdienst, netwerk
voor I.B.-ers binnen de Stichting Christophorus, school voor speciaal onderwijs
binnen ons samenwerkingsverband, de GGD, schoolmaatschappelijk werk, jeugdzorg,
ambtenaar voor de leerplicht.
-
De
ouders van de gepeste en de pester worden bij conflicten op de hoogte gesteld
door de leerkracht. Aan hun wordt de medewerking gevraagd om het conflict de
wereld uit te helpen.
-
Indien
er sprake is van herhaald pestgedrag worden de ouders van de pester in het
bijzijn van de pester op de hoogte gesteld van de ongewenste gebeurtenissen in
een gesprek op school. Aan het eind van dit oudergesprek worden de afspraken met
de pester uitdrukkelijk doorgesproken en ook vastgelegd. Ook de op te leggen
sancties bij overtreding van de afspraken worden daarbij vermeld. Gedacht kan
worden aan uitsluiting van met name de situaties die zich in het bijzonder lenen
voor pestgedrag. Daarbij kan gedacht worden aan: buitenspelen, overblijven,
bewegingsonderwijs, nablijven na schooltijd. Aanwezig bij dit gesprek zijn: de
pester, haar/zijn ouders, de leerkracht en de I.B.-er of de directeur. Op het
eind van dit gesprek wordt meteen een afspraak gemaakt voor een vervolggesprek.
(We volgen hierbij de procedure zoals omschreven is in de Zorgmap.)
-
De
gepeste en de ouders hiervan worden op de hoogte gesteld van bovenstaand
gesprek.
-
Een
en ander wordt zorgvuldig gedocumenteerd in het leerlingvolgsysteem. Incidenten
worden door de leerkrachten genoteerd. Van gesprekken met ouders wordt door de
I.B.-er of de directeur verslag gemaakt. De ouders ontvangen een exemplaar van
dit verslag.
-
Indien
het pestgedrag van de pester niet aanzienlijk verbetert, en/of d ouders van het
kind werken onvoldoende me om het probleem ook aan te pakken kan de directeur
van de school overgaan tot bijzondere maatregelen. Dit kan een tijdelijke
uitsluiting van het bezoeken van de lessen van de school zijn met een maximum
van drie dagen als omschreven in het schorsingsbeleid. Uiteindelijk kan de
directeur overgaan tot het in gang zetten van het verwijderingbeleid zoals
omschreven in de beleidsmap Stichting Christophorus. Hoofdstuk
2.9
B.
De concrete pedagogische invulling als handvat van het
pestprotocol:
Formulieren
en procedures leiden op zichzelf niet tot het verdwijnen van ongewenst gedrag.
Wel is het belangrijk om in zaken als pestgedrag duidelijk te monitoren hoe het
verloop van een casus wordt behandeld want er is veel tijd mee gemoeid en er
zijn ook vele betrokkenen. Onderstaande tekst geeft concrete invullingen
en handreikingen in het pedagogisch handelen vanuit de professionele
schoolomgeving.
Indien
bij het signaleren van een pestprobleem dat de leerling niet aan de leerkracht
durft te vertellen, kan een kind naar een leerkracht van eigen keuze gaan.
De
leerkracht heeft een zeer belangrijke rol. De leerkracht zal helder en duidelijk
moeten maken moet dat dit ongewenste gedrag volstrekt niet geaccepteerd
wordt.
De leerkracht biedt in eerste instantie de gepeste leerling
bescherming, spreekt zwaar en ernstig met de pester en zijn ouders en richt zich
vervolgens op de zwijgende middengroep en de meelopers.
Hulp aan
het gepeste kind:
De
begeleiding van het gepeste kind is van groot belang. Het kind is eenzaam en
slachtoffer en heeft recht op professionele zorg vanuit de school. Naast het
voorkomen van nieuwe ongewenste ervaringen staat het verwerken van de
ervaringen. Dit gebeurt door gesprekken met de leerkracht van het kind. Bij het
monitoren van ontwikkelingen is het van belang naast incidentele momenten ook
vaste momenten van gesprek in te bouwen waarin het kind gevraagd wordt naar de
gewenste vooruitgang. Het doel is tweeledig: zowel het signaleren van nieuwe
prikkels als het verwerken van de eerdere ervaringen. Ook kan er gekozen worden
voor schriftelijke verwerking door het kind. Het kind krijgt de beschikking over
een “verwerkingsschriftje” dat op elk gekozen moment door het kind kan worden
ingevuld in en buiten de reguliere schooltijd om. Het gaat hier om een
vertrouwelijk instrument van kind en leerkracht. Het kind krijgt op die manier
de gelegenheid de traumatische ervaringen van zich af te
schrijven/tekenen.
Hulp aan
de pester:
De
pesters hebben ook recht op hulp, zij zijn niet in staat om op een normale
wijze met anderen om te gaan en hebben daar onze professionele hulp bij
nodig. Die hulp kan bestaan uit de volgende activteiten: een gesprek vanuit het
protocol waarin ondubbelzinnig zal worden aangegeven welk gedrag niet
geaccepteerd wordt op de school. Dit gesprek wordt gevoerd als een
slecht-nieuwsgesprek. Er wordt een schriftelijk verslagje van gemaakt.
Een
duidelijk afspraak voor een vervolggesprek op termijn ongeacht de ontwikkelingen
en welke straf er zal volgen indien het pestgedrag toch weer voorkomt. Indien
deze activiteit geen oplossing biedt voert de leerkracht een aantal
probleemoplossende gesprekken met de leerling waarbij getracht zal worden de
oorzaak van het pesten te achterhalen. Daarnaast proberen we de pester gevoelig
te maken voor hetgeen hij/zij aanricht bij het gepeste kind.
Hulp aan
de zwijgende middengroep en de meelopers.
De
zwijgende middengroep is als eerder beschreven in dit stuk van cruciaal
belang in de aanpak van het probleem. Als de groep eenmaal in beweging is
gebracht, hebben kinderen die pesten veel minder te vertellen. Het is niet
eenvoudig deze middengroep te mobiliseren. Toch moeten we dat proberen.
Eventueel wordt de hulp van de ouders van deze kinderen
ingeroepen.
Hulp aan
de ouders
Voor
de ouders van het gepeste kind is het van belang dat de school ernst maakt met
de aanpak van het pesten. Met de ouders van het gepeste kind zal overleg zijn
over de aanpak en de begeleiding van hun kind. De ouders van de pesters moeten
absoluut op de hoogte zijn van wat er met hun kind gebeurt. Zij hebben er recht
op te weten dat hun kind in sociaal opzicht bepaald zorgwekkend gedrag vertoont
dat dringend verbetering behoeft.
De ouders van de
zwijgende middengroep en de meelopers moeten zich bij de leerkracht kunnen
melden als zij van hun kind vernemen dat er een kind gepest wordt. Ook voor
ouders moet een klimaat geschapen worden waarin het duidelijk is dat de school
open staat voor dit soort meldingen.
Ouders
kunnen hun kinderen zeggen dat zij het verschrikkelijk vinden als kinderen
elkaar pesten. Dat als hun kind het ziet, het zeker niet mee moet pesten, maar
stelling moet nemen. Indien het kind die stelling niet durft te nemen, het
altijd aan de ouders of aan de leerkracht moet vertellen. Praten over pesten is
fundamenteel iets anders dan klikken. Ouders kunnen hun kind daarin ondersteunen
en begeleiden.
De belangrijkste regel van het pesten
luidt:
Word je
gepest, praat er dan thuis en op school over.
Je mag het
niet geheim houden!!
De 10 gouden regels
vanuit het pestprotocol voor de kinderen zijn:
1.
Iedereen
is evenveel waard, ook al zie je er anders uit.
2.
Iedereen
mag meedoen.
3.
Als je
iets van een ander wilt gebruiken vraag je daar eerst
naar.
4.
We
spreken elkaar aan bij de voornaam.
5.
Je lacht
een ander kind niet uit en je roddelt niet over andere kinderen.
6.
Je
bedreigt elkaar niet en je doet elkaar geen pijn.
7.
Je
accepteert een ander kind zoals hij of zij is.
8.
Je
bemoeit je niet met een ruzie door zomaar partij te kiezen
9.
Als je
zelf ruzie hebt, praat het eerst uit lukt dat niet dan meld je dat
bij de overblijfkracht of de leerkracht.
Als je ziet dat een kind gepest wordt, dan
vertel je dat aan de overblijfmoeder of de leerkracht. Dat is dan geen
klikken!!!
Schorsingsbeleid Mariabasisschool.
Wanneer we de veiligheid van onze
kinderen niet langer kunnen garanderen wegens wangedrag van een kind gaan we
over tot het schorsingsbeleid van de Mariabasisschool.
Procedure:
Procedure
verwijdering:
(Beleidsmap Stichting
Christophorus, hoofdstuk 2.9)