YPE HTML PUBLIC "-//W3C//DTD HTML 4.0 Transitional//EN">

van de IB’er
laatst bijgewerkt op 4 januari 2011

 

 

"Dat lukt mij toch niet...."
Faalangst

Wat is faalangst?

Faalangst is angst die optreedt in situaties waarin er bepaalde prestaties van uw kind worden verlangd. Het is de angst om niet te kunnen voldoen aan de eisen die worden gesteld. Die eisen kunnen gesteld worden door de omgeving, maar ook door uw kind zelf.

 

Er zijn verschillende soorten faalangst:

Cognitieve faalangst: de angst om de gewenste intellectuele prestatie niet te kunnen leveren (vooral op school);

Sociale faalangst: de angst om op sociaal gebied negatief beoordeeld te worden en buiten de groep te vallen (hierdoor bijvoorbeeld niet tegen een ander durven zeggen 

   dat je iets vervelend vindt);

Motorische faalangst: de angst om een gevraagde motorische vaardigheid niet naar behoren te kunnen uitvoeren (bij gymnastiek, zwemles, handvaardigheid).

 

Hoe ontstaat het?

Het krijgen van faalangst hangt voor een groot deel samen met de persoonlijkheid; het karakter van uw kind. Kinderen met faalangst hebben bijna altijd een negatief beeld van zichzelf en weinig zelfvertrouwen. Ze komen gemakkelijk in een vicieuze cirkel; door de angst lukken bepaalde dingen niet. Dit is slecht voor het zelfbeeld en zelfvertrouwen, waardoor de faalangst toeneemt. Een omgeving waarin een kind zich niet veilig voelt vergroot de kans op faalangst. Dat geldt ook voor het stellen van (te) hoge eisen.

Faalangst is met name op school merkbaar omdat juist daar prestaties van uw kind verlangd worden.

 

 

Wat kunt u hier als ouder aan doen?

Een kind met faalangst heeft steun en begrip nodig. Neem faalangst serieus.

• Laat het kind merken dat het niet iets afwijkends is;

• Benader uw kind op een positieve manier. Geef complimentjes voor wat het goed doet, relativeer mislukkingen. Geef uw kind het vertrouwen dat dingen in de toekomst wel lukken. Zeg nooit: “Dat lukt je toch niet”;

• Zorg voor situaties waarin uw kind succesvol kan zijn. Moeilijke taken kunt u in stukken verdelen. Dat vergroot de kans op succes ervaringen;

• Wees niet te beschermend. Neem niet alles uit handen. Dat werkt alleen maar versterkend voor de faalangst;

• Geef geen onuitvoerbare opdrachten, als “wees spontaan, perfect of flink”, want niemand is altijd perfect of flink en je kunt niet spontaan zijn op bevel;

• Voorkom dat uw kind vermijdingsgedrag ontwikkelt. Begeleid uw kind bij moeilijke situaties;

• Prijs uw kind regelmatig, maar niet voor de eigenschappen waar het zelf niets aan kan doen (je bent mooi of slim). Prijs liever het doorzettingsvermogen, de inspanning of het gedrag. Neem geregeld tijd om eens met uw kind over gevoelens te praten;

• Leer uw kind zelf bewuste keuzes te maken. Een kind moet ook leren om reële doelen aan zichzelf te stellen;

• Toon belangstelling voor het functioneren op school. Voor een kind met faalangst is het heel belangrijk dat het op de steun van de ouders kan rekenen;

• Geef zelf het goede voorbeeld! Raak niet in paniek in moeilijke situaties. Vertel niet alleen succeservaringen, maar laat ook weten dat u ook dingen moeilijk vindt en dat er bij u ook dingen mislukken. Uw kind leert op deze manier dat er bij iedereen dingen misgaan;

• Omdat bij faalangst het moeten presteren op school vaak een grote rol speelt, is het belangrijk om de faalangst van uw kind met de leerkracht te bespreken. Een leerkracht

kan op verschillende manieren een kind met faalangst positief begeleiden.

Monique de Ringh

 


Als mijn kind druk gedrag laat zien....

Ieder kind is wel eens druk, omdat het moe is, enthousiast is of er staat iets spannends te gebeuren,
bijvoorbeeld het feest van Sinterklaas. Meestal is het van kortdurende tijd, maar soms duurt het langer of
heeft een kind er zelfs dagelijks last van.
Als volwassenen kunnen we proberen de situatie zo in te richten dat de drukte minder groot is.
Een gouden regel: Een kind kun je niet veranderen, de omgeving wel.

Een aantal tips:

- probeer een regelmatig dagritme te creëren (vaste tijden, vaste rituelen)

- geef een kind één opdracht tegelijk, dan is de kans op succes het grootst voor het kind, maar ook de volwassene

- wees consequent; een ja blijft ja, een nee blijft nee

- bouw heel bewust rustmomenten in

- geef regelmatig complimenten

- probeer de week van het kind niet te vol te plannen

- oudere kinderen kunnen al goed meedenken in het oplossen van een 'probleem'

Als je met kinderen praat over druk gedrag, praat dan ook over het gedrag. Het voelt minder goed als je zegt: Jij bent weer zo druk. Het kind kan zich dan
persoonlijk geraakt voelen. Als je zegt: Je doet heel druk, dan voelt dat meer positief en krijgt het de kans het gedrag te veranderen.

 

 

Veel succes,

Monique de Ringh

 

 Een nieuw schooljaar, een nieuwe start 

'Waar zou ik mogen zitten?' 'Lukt het lezen nog steeds zo goed?' 'Lekker weer met mijn vrienden en vriendinnen samen.' 'Pff, weer al dat werk maken.' Kortom: "Hoe zou het gaan in het nieuwe schooljaar?"

Vaak denken mensen dat onderwijzers lekker lang vakantie hebben. Dat is ook zo! Toch is hij in praktijk wat minder lang. De laatste week van de vakantie is het een drukte van jewelste op school. Alle leerkrachten zijn dan al behoorlijk in de weer om het nieuwe schooljaar weer voor te bereiden. Dat betekent onder andere dat de tafels, stoelen en kasten een goede plaats moeten krijgen. Er moeten nieuwe kleurtjes uitgedeeld worden. De ramen worden voorzien van mooie tekeningen. We denken na over de thema's die het komende jaar behandeld zullen worden.

Maar, bovenal bereiden we ons goed voor om de juiste zorg aan ieder kind te kunnen bieden. Aan het einde van het vorig schooljaar zijn er overdrachtsmomenten geweest om alle kinderen door te spreken. We kijken naar het kind zelf, zijn of haar eigenschappen, de prestaties van het kind en de zorg die hij of zij nodig heeft. Het is belangrijk te weten welke extra zorg nodig is. Immers, als je werk doet dat goed past bij jouw ontwikkeling dan zal het beter gaan. Als je instructie krijgt op de manier die het beste bij jou past, dan zul je de leerstof beter begrijpen. Kun je wel wat extra leerstof aan, dan moet je de kans krijgen om je verderof breder te ontwikkelen.
Meteen vanaf de eerste dag willen we dat ieder kind zich prettig kan voelen. Wij doen daar erg ons best voor. Dat vraagt tijd, inzet, inzicht en liefde.

Dat het een goed jaar mag worden!!

Ik wens het ons allemaal toe.

Monique de Ringh

P.S. De GGD heeft aan het begin van het nieuwe schooljaar vele nieuwe folders langsgebracht. Ik zou ze u allemaal wel willen laten lezen omdat er zeer interessante onderwerpen en bijbehorende tips bij zitten. U kunt de folders zelf bekijken en downloaden op de website van de GGD.



EGGO+  (september 2008)
Volgende week worden alle kaarten van ons leerlingvolgsysteem EGGO+ weer ingevuld. EGGO staat voor: Eerste Genormeerde Gedragsobservatie. Elk kind op onze school heeft zo'n kaart. Het is een kaart waarop twee belangrijke gedragsclusters worden weergegeven; De werkhouding en de sociaal emotionele ontwikkeling.

De onderdelen die bij werkhouding horen zijn:

  • werkmotivatie
  • werktempo
  • taakgerichtheid
  • diepteconcentratie
  • zelfstandig werken
  • zelfvertrouwen bij het werken

Als we als leerkracht de kaart invullen maken we gebruik van scoringsvoorschriften. Op deze manier krijgen we een zo objectief mogelijk antwoord.

Bij taakgerichtheid bijvoorbeeld stellen we onszelf de vraag of een kind als het bezig is met een taak ook écht bezig is met die taak of dat het andere dingen doet die niet met de taak te maken heeft. Bij diepteconcentratie stellen we onszelf de vraag of een kind goed geconcentreerd met een taak bezig is. Is dat niet zo dan ontstaan vaak slordigheidsfouten of vullen kinderen zomaar iets in. Ze werken dan wel aan een taak maar concentreren zich niet diep genoeg.

De onderdelen die bij sociaal emotione ontwikkelig horen zijn:

  • contact-initiatief met medeleerlingen
  • samenwerken
  • samenspelen
  • conflictfrequentie
  • assertiviteit
  • beweeglijkheid
  • regelgedrag
  • welbevinden
  • persoonlijke aanspreekbaarheid
  • contact-initiatief met de leerkracht

 

Behalve dat dit systeem een goed observatie-instrument is, het geeft ons een goed overzicht van de kinderen, biedt het ons ook de mogelijkheid om te diagnosticeren. We kunnen uitgebreider/ specifieker observeren per onderdeel en zodoende achterhalen waar het 'probleem' vandaan komt en dus ook een kans geeft om te begeleiden. Voor die begeleiding heeft EGGO een boek ontwikkeld waar speciale gedragsbegeleiding in staat beschreven. Dit boek is een leidraad om elk kind te begeleiden naar gewenst gedrag.

De kaart wordt twee keer per jaar ingevuld. Naast dat we naar individuele kinderen kijken onderzoeken we ook of er uitdaging per groep zijn. Misschien vindt een groot deel van de groep het wel lastig om assertief te zijn. De leerkracht schrijft dan een groepsplan om de hele groep te begeleiden bij dat specifieke onderdeel.

U begrijpt dat we met EGGO+ een prachtig middel in handen hebben om uw en onze kinderen goed te volgen en begeleiden.

Monique de Ringh

De Cito Entreetoets (maart 2008)

Nog even en dan mag groep 7 ongeveer een week elke ochtend werken aan de Entreetoets. Een toets van Cito, die we natuurlijk kennen van heel veel andere toetsen in onze school. Nadat je in groep 7 hebt gezeten ben je nog maar één jaar bij ons op school. Na dat jaar zul je op een school voor voortgezet onderwijs zitten. Iedereen zal naar een school gaan, een niveau, dat bij hem of haar past. De één gaat voor de Havo, de ander VMBO en weer een ander misschien VWO. Iedereen moet dáár terecht komen waar het onderwijsniveau het best bij je past.
In groep 8 kun je dus nog een jaar hard werken om je daarop voor te bereiden. En... de Entreetoets kan je daarbij helpen. De uitslag van de toets kan precies vertellen aan welke onderdelen je nog wat meer mag werken en ook wat je al redelijk beheerst. Stel dat je nog niet zo handig bent in het omgaan met studieteksten, dan kun je daar in groep 8 extra mee oefenen. Of het spellen van werkwoorden levert nog wel eens problemen op. Dan kun je daar wat extra aandacht aan schenken.
De toets heeft opdrachten voor: taal, rekenen en studievaardigheden. Hiernaast een een voorbeeld voor het onderdeel rekenen.
We kunnen het dus zien als een overzicht van de mate waarop vaardigheden beheerst worden en kennis opgenomen is. En het dient als uitgangspunt voor de optimale ontwikkeling van elk kind afzonderlijk.
Naast het feit dat we voor elk kind aandachtspunten zullen hebben, ontstaan er ook groepsaandachtspunten. Het afgelopen jaar zijn we bijvoorbeeld als groep extra bezig geweest met het omgaan met informatiebronnen zoals kaarten, tabellen, grafieken etc.
Groep 7, alvast heel veel succes!

 



De Cito Eindtoets (februari 2008)

Volgende week is het weer zover, de kinderen van groep 8 mogen deelnemen aan de Cito Eindtoets. In drie dagen werken zij drie boekjes door. In deze boekjes komen de volgende onderdelen aan de orde: rekenen, taal (spelling, begrijpend lezen, schrijven, woordenschat), studievaardigheden en wij doen mee met het onderdeel Wereld Oriëntatie.

Qua inhoud lijken ze erg op de Citotoetsen die onze kinderen al vanaf jonge leeftijd maken. Het verschil zit hem vooral in het feit dat de eindtoets alleen maar meerkeuzevragen heeft. Je hoeft dus alleen het goede antwoord maar te vinden.

Vaak is het zo dat de media de toets nogal zwaar maakt. Meer belangrijk dan dat wij hem zien. Je hoort op tv bijvoorbeeld dat de toets bepaalt naar welke school je kunt gaan.

Wij vinden dat de Cito-toets een onderdeel is van een reeks gegevens die samen tot een goed advies komen. Wij hebben op school het leerlingvolgsysteem dat al vanaf groep 1 opgestart is en per kind beschrijft hoe de voortgang is. Als leerkracht, team, heb je een relatie met het kind en ken je hem of haar goed. Je kent het karakter, de werkhouding en de vaardigheden.

De Cito eindtoets geeft een allround beeld van het inzicht en de kennis van een kind, maar kan over al dat andere niets vertellen. Daarbij komt dat de Cito eindtoets een score geeft op basis van drie dagen testen. Je zult je net die drie dagen minder goed of juist helemaal geweldig voelen. Dit beïnvloedt de score waarschijnlijk.

Het is fijn dat de uitslag van Cito veelal overeen komt met het beeld dat wij als school hebben. Op grond van alle gegevens die wij over een kind hebben spreken wij een advies uit naar de ouders. Samen met het kind beslissen de ouders naar welke school het kind zal gaan.Cito mag best een beetje spannend zijn (net als andere toetsen). Maar naast spannend is het ook ontzettend leuk. Het heeft een bepaalde sfeer waarin er een sterk gevoel van saamhorigheid heerst. Wij zullen eens laten zien wat we in huis hebben!

Cito eindtoets is niet alleen een toetsmoment voor de kinderen, maar ook voor ons als school. Het is fijn om te weten hoe we het als school doen. Scoren we boven het gemiddelde? Aan welk vak kunnen we nog wel wat meer aandacht geven? Klopt het beeld van het groepsoverzicht met ons beeld?


Kortom:
de Cito eindtoets is een handig instrument om te kijken of we op de goede weg zitten.

 

Ik heb er zin in!

Monique de Ringh

 

 

Lijst van afkortingen (december 2007)
Op de algemene ouderavond in oktober is gevraagd naar een lijst van afkortingen.

M.R.                Medezeggenschap Raad

De medezeggenschapraad is een raad die bestaat uit ouders en personeel van de school. Zij heeft tot taak het bestuur te adviseren over of in te stemmen met het voorgenomen beleid

G.M.R.            Gemeenschappelijke Medezeggenschap Raad

De gemeenschappelijke MR van de stichting Christophorus. Van elke school-MR is iemand afgevaardigd naar de GMR.

S.A.C.             School Advies Commissie

Op de website www.mariabasisschool-nop.nl kunt u lezen wat deze commissie tot taak heeft.

D.M.T.            Drie Minuten Toets

Een leestoets waarbij kinderen één minuut lang een kaart met woordjes lezen. Zij proberen zo veel mogelijk woordjes goed te lezen. Er zijn drie kaarten dus lezen de kinderen drie keer één minuut, vandaar D.M.T.

Avi                  Analyse van Individueringsvormen

Avi hoort bij lezen, geeft een niveau aan. Kinderen lezen een tekst binnen gestelde tijd en nauwkeurigheid.

Cito                Centraal Instituut voor Toetsontwikkeling

Toetsen die op onze school vanaf groep 2 jaarlijks worden afgenomen voor de technische vakken als: rekenen, taal, spelling, lezen, begrijpend lezen.

EGGO              Eerste Genormeerde Gedragsobservatiesysteem

Ons leerlingvolgsysteem betreffende de sociaal-emotionele ontwikkelingen van de kinderen. Met dit observatiesysteem brengt de leerkracht de werkhouding van het kind in beeld en de omgang met zichzelf, de kinderen om zich heen en de leerkracht.

HP                   Handelingsplan

Wanneer een kind het even moeilijk heeft en iets achter raakt op de groep dan kan middels een handelingsplan de achterstand bijgewerkt worden of het kind weer op zo’n niveau brengen dat het het gewone leerprogramma weer voldoende kan volgen. Een hp kan ingezet worden bij technische vakken en ook op het gebied van de sociaal-emotionele ontwikkeling.

E.LL.               Eigen leerlijn

Wanneer een kind de reguliere leerlijn van de groep niet kan volgen omdat het té snel of té traag gaat komt het in aanmerking voor een eigen leerlijn; een eigen leerprogramma voor een bepaald vak. Voorafgaand aan een E.LL. zijn er handelingsplannen.

I.B.-er            Intern Begeleider

Een intern begeleider is een teamlid met een extra taak. Deze taak houdt in dat zij de begeleider is van leerkrachten op het gebied van zorg. Zij kan leerkrachten helpen bij het geven van de juiste zorg voor ieder kind. Zij heeft contact met derden opdat kennis binnen onze school komt. Zij heeft overzicht over de doorgaande lijn, betreffende het zorg bieden aan de kinderen.

R.T.                 Remedial Teaching (R.T.-er= Remedial Teacher)

Extra hulp aan leerlingen die meer hulp nodig hebben. Bij ons op school geeft de eigen leerkracht de extra hulp of een leerkracht die extra in de groep is. We noemen dat ook wel ‘meer handen in de klas’.

V.I.B.             Video Interactiebegeleiding

                        Coaching met behulp van videobeelden.

P. en V.          Preventie en Vroeghulp Overleg

Een zorgoverleg op school waarbij de GGD, de IJsselgroep en het SMW ook aanwezig zijn. Hierin worden individuele kinderen besproken, na goedkeuring van de ouders, waarover school vragen heeft ter optimalisering van de zorg voor dit betreffende kind.

M.D.O.            Multi Disciplinair Overleg

Een overleg waar veel disciplines bij aanwezig zijn, dus waar veel kennis bij elkaar komt. Twee keer per jaar heeft de IB-er een MDO. Daarbij zijn dan ook aanwezig: collega ib-ers, de leerplichtambtenaar, schoolmaatschappelijk werk, een bovenschoolse directeur, een schoolbegeleider van de IJsselgroep (SBD) en de intern begeleider van de speciale basisschool.

G.G.D.            Gemeentelijke Gezondheidsdienst

De GGD voert in opdracht van de gemeente taken uit in de openbare gezondheidszorg voor alle inwoners van Nederland. Bijvoorbeeld de onderzoeken voor kinderen van groep 2 en 7 door een verpleegkundige. Ook kunnen er door school leskisten geleend worden zodat er gewerkt kan worden over een onderwerp betreffende gezondheid.

S.B.D.             School Begeleidings Dienst

In ons geval de IJsselgroep. Een dienst waar deskundigen zitten op het gebied van onderwijs en psychologie. Deze dienst helpt ons om verder te kunnen met de zorg voor kinderen. Zij kunnen bijvoorbeeld onderzoeken op het gebied van intelligentie doen. Zij kunnen met ons in kaart brengen wat er aan de hand is met het kind en welke acties nodig zijn om verder te kunnen. De IJsselgroep biedt ook mogelijkheden voor cursussen voor zowel individuele personeelsleden als ook hele teams.

SMW               School Maatschappelijk Werk

Als kinderen problemen hebben in de thuissituatie en/of problemen hebben op psychosociaal gebied dan kan er hulp geboden worden door SMW. SMW helpt niet alleen het kind en het gezin, zij kunnen ook de communicatie tussen ‘thuis’ en ‘school’ versterken.

WSNS             Weer Samen Naar School

Het doel van Weer Samen Naar School is dat kinderen de zorg en begeleiding die ze nodig hebben zo veel mogelijk op de basisschool krijgen. Lukt dit toch niet, dan gaan ze naar een school voor speciaal basisonderwijs.

L.W.O.O.        Leerweg Ondersteunend Onderwijs

Een term die in het Voortgezet Onderwijs thuis hoort. Soms is het zo dat het voor een kind belangrijk is dat het in een kleinere groep zit, minder docenten heeft en daardoor dus meer persoonlijke aandacht kan krijgen. Je wilt dan ondersteuning bij jouw leerweg. LWOO is géén niveau, maar een mogelijkheid op extra zorg.

 

Toetsen in de Mariabasisschool (november 2007 )

 Tijdens de ouderavond is gevraagd naar een overzicht van de toetsen die afgenomen worden op onze school.
Het overzicht ziet er als volgt uit:

1

2

3

4

5

6

7

8

Eggo sociaal-emotionele ontw.

X

X

X

X

X

X

X

X

Cito Ordenen

X

Cito Taal voor kleuters

X

Cito Ruimte en Tijd

X

Leesprotocol*

X

X

Cito Rekenen

X

X

X

X

X

X

Cito DMT

X

X

X

X

X

X

Cito Begrijpend lezen

X

X

X

X

X

X

Cito Spelling

X

X

X

X

X

X

Cito Entreetoets

X

Cito Eindtoets

X